Foto La Monnaie / De Munt

Zauberflöte piept en kraakt onder hermeneutische dadendrang

Met resoluut schrap- en snijwerk destilleerde Romeo Castellucci een nogal eendimensionale moraliteit uit Mozarts veelkleurige opera.

 

Vanuit de trein kon je hem bij wijze van spreken over de E19 zien scheuren, Antonello Manacorda. Deze maand pendelt de dirigent druk heen en weer tussen De Nationale Opera en De Munt om in beide huizen Mozarts Die Zauberflöte te leiden. In totaal verschillende versies: waar Amsterdam momenteel de succesenscenering (2012) van Simon McBurney herneemt, daar ging dinsdag in Brussel een nieuwe regie van Romeo Castellucci in première.

Castellucci maakte de afgelopen jaren naam als radicaal ontleder van grote opera’s. Ook zijn Zauberflöte kenmerkt zich door resoluut schrap- en snijwerk. Sprookjessfeer en vrijmetselaarssymboliek? Weg ermee. De vele gesproken dialogen? Streep erdoor. Wat overblijft is een uitgebeend conceptueel skelet van tegenstellingen (licht-donker, man-vrouw, goed-kwaad), opgehangen aan twee centrale personages: de hogepriester Sarastro en de Koningin van de Nacht.

Natuurlijk zet Castellucci de Verlichtingsmoraal van het oorspronkelijke werk geheel op z’n kop. De Italiaan plaatst volvette vraagtekens bij Sarastro’s cultus van wijsheid en zuiverheid, getuige een ingrijpende herwerking van het tweede bedrijf. Vijf mannen met ernstige brandwonden doen er op aangrijpende wijze verslag van hun kennismaking met het ‘licht’. Figuurlijk uitgelegd: brandende overtuigingen van het universeel Goede en Ware hebben dikwijls een verwoestende uitwerking.

Of die extreme makeover werkt? Wel in het eerste bedrijf, waar Castellucci de strenge symmetrie van zijn conceptuele kapstok consequent doorvoert in een adembenemende mise-en-scène. De zangers worden er gedubbeld door dansers in een gespiegelde synchroonchoreografie (Cindy van Acker). Pronkkostuums, donzige vogelveren, en hallucinante fractaldesigns (Michael Hansmeyer) zorgen voor een hagelwitte rococotrip.

Het tweede bedrijf slaat echter een gat in de voorstelling. Talrijke coupures en theatrale toevoegingen maken dat de muzikale boog hopeloos instort. In filosofische bespiegelingen blijft het gissen naar samenhang. En Sarastro (een verder voortreffelijke Gabor Bretz) die zijn verheven aria O Isis und Osiris zingt in een grauwe kazerne en vaal overal: mwah.

Je kunt je afvragen of Castellucci niet is doorgeschoten in zijn hermeneutische dadendrang. Door alle ingrepen is de opera voor niet-ingwijden nauwelijks nog te volgen. Bovendien: waar Mozarts origineel betovert door een veelkleurige mengelmoes van het banale en het verhevene, sprookjesmagie en mystiek, daar rest bij Castellucci een nogal eendimensionale moraliteit.

Ook muzikaal was het niveau wisselend: Manacorda reeg een wervelende ouverture, mooie authentieke koperkleuren en spetterende slotkoren aan korrelige strijkersinzetten en een orkest dat net te vaak uit de pas liep met de zangers.

Waarvan akte in de aria Der Hölle Rache. Doodzonde voor sopraan Sabine Devieilhe die met haar slanke hoogte en briljante coloraturen een prima Koningin van de Nacht afleverde. Sophie Karthäuser imponeerde als Pamina met een fraai gedoseerd vibrato en emotioneel geladen fluisteringen in Ach, ich fühl’s. Ed Lyon portretteerde soms teder, dan weer heroïsch een overtuigende Tamino. Georg Nigl was als Papageno vermakelijk clownesk met gekke stemmetjes en malle pasjes.

***

Mozart
Romeo Castellucci, Symfonieorkest en Koor van De Munt o.l.v. Antonello Manacorda
Gehoord: 18-09, De Munt, Brussel

NRC Handelsblad 19-09-18

 

Zauberflöte piept en kraakt onder hermeneutische dadendrang