Yannick Nézet-Séguin geeft zijn orkest vleugels tijdens afscheidstournee

Nog één keer gaat scheidend chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin met ‘zijn’ Rotterdams Philharmonisch op tournee. In thuishaven De Doelen klonk een uitstekende ‘Vierde’ van Bruckner.

 

Eind deze maand is het echt gedaan, dan geeft Yannick Nézet-Séguin na tien seizoenen het Rotterdamse chefstokje door aan zijn opvolger Lahav Shani. Voor het zover is gaat de Canadees nog één keer met ‘zijn’ Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) op een spectaculaire zomertournee, die langs onder meer de BBC Proms, het Luzern Festival en de Berlijnse Philharmonie voert. Donderdag stond thuishaven De Doelen op het programma.

Dat het RPhO een uitstekende Vierde symfonie van Bruckner in huis heeft, bleek afgelopen december nog, toen het werk eveneens op de lessenaars stond. Donderdag viel andermaal de fraaie klankbalans op, nu deels de resultante van een alternatieve orkestopstelling. Centraal gepositioneerde contrabassen vormden in het eerste deel een stevige stut voor smetteloos gespeelde hoornsolo’s en zorgden in de openingsmaten van de finale voor een dreigend aanzwellende puls. In het tweede deel kwamen de celli mooi bovendrijven uit de rijke strijkersklank, vanwege hun plek pal naast de eerste violen.

Wat ook hielp, was dat orkest en dirigent na een intense tourneeweek (met een geslaagde Bruckner in Londen) feilloos op elkaar waren ingespeeld. De vele koperrijke tutti’s vielen op door een grootse, maar transparante klank. Op strategische momenten vertaalden atletische hurkbewegingen of sussende handjes op de bok zich in een plotselinge verstilling van waaruit maximaal kon worden opgebouwd. De extatische coda’s van de hoekdelen kregen daardoor vleugels.

Avant-gardecomponist Bernd Alois Zimmermann grasduinde in 1951 tussen de brokstukken van het vroege modernisme en destilleerde uit de buit zijn zelden gespeelde Sinfonie in einem Satz (donderdag te horen in de oorspronkelijke versie). Het resultaat is een grillige caleidoscoop van duister-romantische en expressionistische archetypen (onheilspellend baslijnen, ijselijke violen, spookachtig verglijdende pauken), verlijmd tot een gitzwarte naoorlogse angstdroom.

Waar Zimmermann je aanvankelijk meesleepte met een veelheid aan expressieve ideeën, daar ontbrak – ondanks de intense uitvoering van het RPhO – op den duur de dwingende lijn. Niet voor niets zette de componist in 1953 stevig het mes in de partituur.

****

Zimmermann, Bruckner
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Gehoord: 30-08-18, De Doelen, Rotterdam

NRC Handelsblad 31-08-18

Yannick Nézet-Séguin geeft zijn orkest vleugels tijdens afscheidstournee