Foto: Marco Borggreve

Philip Glass door een psycho-analytische bril

Het altijd avontuurlijke gezelschap Opera2Day maakte een voorstelling rond Glass’ ‘The Fall of the House of Usher’. Tot medio maart toert ‘Opera Melancholica’ door het land.

 

Of ze een intake mocht afnemen, vroeg ze in haar lichtgroene assistentenkloffie. Wanneer ik voor het laatst had gehuild, en of ik veel piekerde. Opera Melancholica, een tourneeproductie van het altijd avontuurlijke gezelschap Opera2Day, begon woensdagavond al in de foyer van de Haagse Koninklijke Schouwburg.

De melancholische opera in kwestie is Philip Glass’ The Fall of the House of Usher (1987-88), vrij naar het griezelverhaal van Edgar Allan Poe. In een notendop: Roderick en zijn tweelingzus Madeline leven een kluizenaarsbestaan in een naargeestig kasteel. Hij een melancholische intellectueel op het randje van waanzin. Zij een ziekelijke hysterica die na haar dood komt spoken.

Geen sprookjesaanblik
Een ‘anatomisch theater van de psyche’ noemt Opera2Day de voorstelling die het om Glass’ opera heen bedacht. Het decor spreekt boekdelen met houten banken in een halve cirkel: een snijzaal als die van Rembrandts Anatomische les. In het midden geen opengewerkte Zwarte Jan, maar een immense schedel waarvan, bij wijze van vorsende blik in de geest, het dak wordt gelicht.

Regisseur Serge van Veggel wil er maar mee zeggen dat hij Glass en Poe door een psycho-analytische bril beziet. Minder gothic, zo zei hij vorige week in NRC (hoewel het toneelbeeld met poel des doods, bliksemeffecten en zwarte kostuums bepaald geen sprookjesaanblik biedt). Wél als een allegorische studie naar de werking van de depressieve psyche.

Foto: Marco Borggreve

Een en ander krijgt effectief beslag in een ludieke theatrale omlijsting. Een Dokter Kniesmijer-achtige (René M. Broeders) praat het publiek losjes bij over termen als frenologie en folie à deux. Leuk: het vraaggesprek over psychische klachten met een (toevallige?) huisarts in de zaal. De freudiaanse duiding van de drie Usher-personages als id, ego en superego is fascinerend, maar doet na een uitvoerige uitleg wat voorgekauwd aan. Wat dat betreft zijn regieconcepten als grappen.

Vocaal valt er veel te genieten in Opera Melancholica. De Argentijnse tenor met bariton-kleuren Santiago Burgi brengt Rodericks gekwelde ziel geloofwaardig over het voetlicht. De Canadese bariton met krachtig-fluwelen stembanden Drew Santini geeft een geslaagde vertolking van jeugdvriend William.

Spanningsboog
Lucie Chartin zingt als Madeline enkel woordeloze vocalen vanuit de coulissen. Het maakt haar warme sopraan niet minder prachtig. Haar fysieke afwezigheid wordt opgevangen door danseres Ellen Landa (griezelig goede imitatie van een mechanische ballerina).

Muzikaal opmerkelijk: anders dan de losse tableaus in Glass’ revolutionaire anti-opera Einstein on the Beach (1976), dienen zijn minimalistische noten in Usher een dramatisch verloop. De muziek (veel donkere kleuren van fagot, contrabas en slagwerk) laveert effectief tussen stuwende pulserende tutti’s en intieme kamermuzikale doorkijkjes.

Toch zakt de spanningsboog wat in bij een onvermoeibaar pendelende cello en andere stilistische Glass-stoplappen. Daar verandert ook een prima uitvoering van het New European Ensemble onder Carlo Boccadoro weinig aan.

****

Glass
Opera2Day, New European Ensemble o.l.v. Carlo Boccadoro
Gehoord: 29/1, Koninklijke Schouwburg, Den Haag.

NRC Handelsblad 30-01-20

 

Philip Glass door een psycho-analytische bril