Rijnvos2

‘Mijn persoonlijkheid zul je nooit horen’

Met twee wereldpremières binnen een maand heeft componist Richard Rijnvos niets te klagen over aandacht voor zijn werk. Een interview voor NRC Handelsblad over minimalistische klankarchitectuur en muzikale woordgrappen

 
“Ik heb net een persoonlijke Brexit achter de rug”, vertelt de Nederlandse componist Richard Rijnvos (1964) via Skype. Drie maanden geleden verruilde hij Engeland voor het Spaanse Sevilla, waar hij momenteel de allerlaatste verhuisdozen wegwerkt. Voor de goede orde: hij is nog steeds werkzaam als professor compositie aan de Universiteit van Durham, maar sinds kort in deeltijd. “Eens in de maand vlieg ik terug om een week les te geven. De rest van de tijd zit ik hier te componeren.”

De Andalusische zon werpt ondertussen haar vruchten af in Nederland. De komende weken klinken maar liefst twee nieuwe stukken van de componist die er naar goed cageiaans gebruik een sport van maakt om zijn eigen persoonlijkheid uit zijn partituren weg te gummen. Liever dan te varen op het kompas van het eigen gevoel, puurt hij muziek uit magische vierkanten, de vlakverdeling van een schaakbord, of het grafische lijnenspel van een landkaart.

 

Neem Grand Atlas, Rijnvos’ orkestcyclus in wording, waarin elk deel één van de zeven continenten verklankt. Het KCO, waar hij momenteel huiscomponist is, heeft begin februari een primeur met ‘Amérique du Nord’, dat na ‘Antarctique’ (2011) en ‘Asie’ (2016) als derde werd voltooid.

Voor het Ives Ensemble schreef hij bovendien zijn eerste nieuwe kamermuziekstuk sinds jaren. Riflesso sull’arco is het derde deel van een serie ‘companion pieces’ waarin hij bijzondere bezettingen ontleent aan bestaande stukken. Baseerde hij zich eerder op ‘klassiekers’ als Stockhausens Refrain en Sibelius’ De zwaan van Tuonela, deze keer vormde het relatief onbekende Swinging Music van de Poolse componist Kazimierz Serocki het uitgangspunt.

Rijnvos: “Het is een nogal obscuur werk ja, maar ik ken het al mijn halve leven. Ik hoorde het voor het eerst in mijn conservatoriumtijd en was meteen verkocht. Sindsdien heb ik altijd het idee gehad om zelf iets met die intrigerende combinatie van basklarinet, trombone, cello en piano te doen.”

Experimentele speeltechnieken

Swinging Music markeerde bovendien zijn eerste kennismaking met experimentele speeltechnieken. “Serocki laat de klarinettist op zijn riet piepen en de trombonist zonder mondstuk spelen. Dat werk. Toch verzandt hij nergens in de loodzware ernst die je bijvoorbeeld bij een componist als Lachenmann aantreft. Integendeel, zijn muziek is doortrokken van een lichtheid en een humor die mij enorm aanspreken.”
In Riflesso sull’arco duikt Rijnvos eveneens in de wondere klankwereld van de extended techniques. De pianist klopt met stokken flageoletten uit de bassnaren van de vleugel. De klarinettist tovert ondertussen zachte samenklanken uit zijn eigenlijk eenstemmige instrument.

Afgezien van zulke technische overeenkomsten zijn de stukken stilistisch gezien nauwelijks verwant. In Riflesso ziet Rijnvos doelbewust af van Serocki’s komische ondertoon. “Het is een heel abstract en contemplatief werk. De partituur bestaat vrijwel geheel uit boventonen die ik ophang aan vier stijgende en weer dalende klankbogen, vandaar het ‘sull’arco’ uit de titel. Het is een soort minimalistische klankarchitectuur die simpelweg bestaat in tijd en ruimte, zonder verdere boodschap of betekenis.”

Hoe anders gaat hij te werk in ‘Amérique du Nord’. Naar eigen zeggen vormt zijn nieuwe orkestwerk de scherzo-achtige soundtrack bij een denkbeeldige road movie. Die voert kriskras door de Verenigde Staten, van Oregon en Californië, via een uitstapje naar Mexico, naar Alabama en New Jersey.

Rijnvos2
 

Ratelende filmprojector

De filmmetaforen mag men letterlijk nemen, getuige de vierde slagwerker die met een ratelende filmprojector, claxons, sirenes, een koffiemolen en een filmklapper in de geluidseffecten van een ouderwets bioscooporkestje voorziet. Ook de rest van de partituur grossiert in allusies naar filmmuziek. “Aanvankelijk was het mijn bedoeling om voor alle Amerikaanse staten een iconische filmscore te vinden en daarnaar te verwijzen”, licht Rijnvos toe. “Dat is maar gedeeltelijk gelukt. De teller bleef staan op 21 staten, waarvan ik New York drie keer herhaal.”

Niettemin is het resultaat een vitale assemblage van stijlreferenties en door de mangel gehaalde citaten, een caleidoscoop van sound bites die de luisteraar naar adem laat happen in een voortdurende auditieve déjà-vu. “Eigenlijk is Amérique één grote muzikale woordspeling”, aldus de componist. Waarop precies? “Laten we zeggen dat geen spotlijster, haai of koekoek is mishandeld of verwond bij het maken. Hoef ik verder niet uit te leggen, toch?”

De abstracte klankarchitect versus de maker van programmatische collagemuziek. Hoe weet Rijnvos die twee uitersten met elkaar te rijmen? “Ik weet niet of je ze überhaupt moet willen rijmen. De vraag of muziek abstract, of juist programmatisch en verhalend moet zijn, is al eeuwen een punt van verhitte discussie. Zelf kan ik niet kiezen. Ik vind het interessanter om voortdurend heen en weer te pendelen tussen beide visies.”

Desondanks ziet hij een belangrijke overeenkomst tussen Riflesso sull’arco en ‘Amérique du Nord’. “Beide werken stroken met mijn overtuiging dat muziek niet voort hoeft te komen uit het eigen innerlijk, maar ook het resultaat kan zijn van vooraf bepaalde spelregels. Ik zou het zeer ongemakkelijk vinden om de luisteraar lastig te vallen met mijn hoogstpersoonlijke klankvoorstellingen. Bovendien heb ik die ook niet.”
En dus vertrekt Rijnvos liever vanuit een concept. Of dat nu een bestaande bezetting, een blauwdruk voor breed welvende boventoonbogen of een nauwkeurig uitgestippelde route door bestaande filmmuziek betreft.

Share on FacebookEmail this to someoneShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn
‘Mijn persoonlijkheid zul je nooit horen’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *