Foto Nimbus Records.

George Benjamin: ‘Mijn opera reflecteert de duistere kanten van de mens’

Interview George Benjamin. De Britse componist presenteert op het Holland Festival zijn opera Lessons in Love and Violence, met sopraan Barbara Hannigan. „Ik noem haar mijn Muze, als ik haar plaag.”

 

De Engelse koning Edward II (1284-1327) verkoos plays boven politics en kroop bij voorkeur tussen de lakens met zijn konkelende adviseur Piers Gaveston. Ondertussen liep zijn huwelijk met prinses Isabella van Frankrijk op de klippen en liet hij Engeland afglijden in een rampspoedige burgeroorlog en hongersnood.
Edwards wanbestuur en erotische escapades kwamen hem duur te staan. Gespiest op een rood gloeiende pook kwam hij gruwelijk aan zijn einde. Althans, zo luidt de volkslegende die toneelschrijver Christopher Marlowe anno 1593 vereeuwigde in zijn koningsdrama The Troublesome Reign and Lamentable Death of Edward the Second.

De Britse componist George Benjamin en zijn vaste librettist Martin Crimp puurden (vrij naar Marlowe en knipogend naar Shakespeare’s Hamlet) een anderhalf uur durende opera uit de tragedie. Lessons in Love and Violence is hun derde gezamenlijke project en wekt, na het succes van Into the Little Hill (2006) en – vooral – Written on Skin (2012), torenhoge verwachtingen. Na een succesvolle productie in Londen met overwegend lovende recensies, beleeft de opera op het Holland Festival zijn Nederlandse première.

Regisseur Katie Mitchell tekende voor de moderne mise-en-scène die zich afspeelt in een koninklijk slaapvertrek. Een gigantisch, langzaam verwelkend aquarium symboliseert het politieke en morele verval dat in razend tempo om zich heen grijpt.
Opvallend: in Lessons in Love and Violence blijft Edwards marteldood de toeschouwer bespaard. In een scène die geheimzinnig laveert tussen leven en dood vindt “The King” een milder einde op een kingsize boxspring, terwijl een eenzame vioolflageolet langzaam oplost in een wonderlijk georkestreerd akkoord.

Het is een van de weinige barmhartige momenten in een werk dat smeult van verboden verlangens, machtswellust en bruut geweld. Wanneer de koning compleet is ingepalmd door de kuipende Gaveston ziet koningin Isabel zich genoodzaakt om orde op zaken te stellen. Met hulp van de brute generaal Mortimer (”even the name means death.”) laat ze haar echtgenoot en diens minnaar uit de weg ruimen en stoomt ze haar zoon klaar voor de troon met een meedogenloos lesje realpolitik.
Zoals zo vaak bij Benjamin en Crimp zit het echte venijn ‘m in de staart. Eindigde het internationaal bewierookte Written on Skin met een overspelige vrouw die het gekookte hart van haar minnaar krijgt voorgeschoteld, in de slotminuten van hun nieuwste werk blijkt dat zoonlief zijn lessons in violence zorgvuldig in zijn oren heeft geknoopt.

George Benjamin. Foto Nimbus Records.

Duistere emoties
“Ik had kippenvel toen ik die slotscène voor het eerst las”, vertelt George Benjamin (1960). Aan de keukentafel van zijn Londense rijtjeshuis, niet ver van de legendarische Abbey Road Studios, schenkt hij thee (”green, no milk”) in een stijlvol servies.
“Toch zou het onmogelijk zijn geweest om de opera op een andere manier te eindigen. Als je een tragedie schrijft, moet je bereid zijn om tot het bittere eind te gaan. Anders wordt het goedkoop.” Bovendien: “Opera is ontstaan uit een poging om de Griekse tragedie te doen herleven en is vaak op zijn krachtigst als het de duistere kanten van de mens reflecteert. Ik bedoel, neem Wozzeck, Pelléas et Mélisande of Katja Kabanova.”
Over wreedheid en geweld gesproken.

Benjamin, van nature soft spoken en zorgvuldig formulerend, begint van de weeromstuit een fractie sneller te praten als hij enkele van zijn favoriete opera’s opnoemt. De liefde voor het muziektheater zit diep. Met amper twaalf jaar zette hij zijn eerste operaprobeersels op papier. Als tiener componeerde hij al muziek voor het schooltoneel.
Toch bleek de weg naar het professionele muziektheater moeizaam. Het wonderkind dat vanaf zijn zestiende compositie studeerde bij Olivier Messiaen en op zijn twintigste debuteerde in de BBC Proms, zocht meer dan een kwart eeuw naar een geschikte librettist. Benjamin: “Jarenlang sprak ik af met iedere dichter, schrijver of theatermaker die me maar wilde zien. Het liep telkens op niets uit.”

“Opera is op zijn krachtigst als het de duistere kanten van de mens reflecteert.”

Eigenlijk had hij de hoop al opgegeven, toen een wederzijdse vriend hem in 2005 voorstelde aan Martin Crimp. Nog geen jaar later (een recordtempo voor de berucht traag componerende ultraperfectionist Benjamin) voltooide hij Into the Little Hill, een kameropera op het verhaal van De rattenvangen van Hamelen.
“Martin really cracked me open”, aldus Benjamin. “Zijn teksten geven me alles wat ik nodig heb. Ze zijn doordrenkt van hele krachtige, duistere emoties, maar zijn tegelijkertijd zeer helder gestructureerd. Dat spanningsveld geeft zijn taal iets onnatuurlijks, iets gestileerds, en juist daarom kan ik er muziek bij schrijven. Mensen laten zingen is een recht dat je moet verdienen. De woorden moeten iets eigenaardigs, iets geheimzinnigs hebben.”

Exotisch en onwerelds
Crimp heeft ontegenzeggelijk een neus voor het raadselachtige en subtiel ongerijmde. Zijn formuleringen zijn compact, zijn woordkeus is bedrieglijk eenvoudig, en toch schemert er tussen de regels door iets mythisch en archetypisch. Uit zijn pen vloeien zinnen als: “All I can see where he once stood is the black space of a collapsing star.” Zijn personages zijn zonder uitzondering gelaagd en meerdimensionaal, op het ambivalente af.

Neem Gaveston, op het eerste gezicht is hij een doortrapte intrigant die manipuleert voor louter eigen gewin. Maar vergis je niet, benadrukt Benjamin: “Hij heeft ook een hele tedere kant. Zijn band met de koning lijkt oprecht en liefdevol te zijn. Er kleeft bovendien iets bovennatuurlijks aan hem. Martin ontdekte tijdens zijn research dat Gaveston volgens de de middeleeuwse overlevering een ‘maleficus’ was, een waarzegger en duistere magiër.”

En dus voorspelt Gaveston in de opera tot twee keer toe de toekomst van de koning, in twee “hand reading scenes” waarvoor Benjamin naar eigen zeggen zijn subtielste orkestratiekunsten uit de kast trok. Met onder meer tombaks (een Iraanse trommel), een Afrikaanse talking drum, twee cimbaloms en aangeschraapte harpsnaren weeft de componist een klanksluier die tegelijk exotisch en onwerelds aandoet. Benjamin: “Ik wilde een sonoriteit scheppen die compleet losstaat van de rest van de partituur. De opera lost hier als het ware op in een andere dimensie.”

“All I can see where he once stood is the black space of a collapsing star.”

Muze
Gevraagd naar zijn favoriete personage: “Ik voel veel sympathie voor Isabel. Ze is een rijk en diep tragisch karakter. Ze adoreert haar echtgenoot en ziet, uit liefde, oneindig veel van hem door de vingers. Maar er komt een punt dat ze met hem moet afrekenen. Uit persoonlijke woede en pijn, maar vooral uit zorg voor haar kinderen, de troonsopvolging en het land. Die tegenstrijdige krachten richten haar uiteindelijk te gronde. Ze eindigt als een verbitterde, geruïneerde vrouw.

Isabel wordt vertolkt door sopraan Barbara Hannigan (Benjamin: ”Ik noem haar mijn Muze, als ik haar plaag.”) De componist kent haar stem tot in de kleinste details en weet na haar rol in Written on Skin als geen ander hoe lening en schijnbaar moeiteloos Hannigan haar stembanden naar de hoogste sopraanregisters plooit. Toch gaf Benjamin haar deze keer opvallend veel lage noten: “Ik wist zeker dat Isabels verstikkende woede veel grimmiger zou klinken in die oncomfortabele laagte.”

Klinkende psychografie
De partituur van Lessons in Love and Violence zit vol met dergelijke finesses. De rollen van The King en Gaveston zijn geschreven voor een bariton (respectievelijk Stéphane Degout en Gyula Orendt). In hun duetten sluipt onmiskenbaar iets zinnelijks als hun stemmen zich in hetzelfde register als een omhelzing in elkaar vlechten. “Vocale intimiteit”, aldus de componist.

Of neem de scène waarin de koning het bericht van de moord op Gaveston ontvangt. Ontroostbaar en wanhopig verliest hij zich in wilde wraakfantasieën. “Hij is totaal afgesneden van de werkelijkheid en bemerkt nauwelijks nog de aanwezigheid van Isabel”, vertelt Benjamin. “Hij smeekt hem bij haar terug te komen, maar hij hoort haar niet. Ze staan pal naast elkaar, maar zijn toch mijlenver van elkaar verwijderd.
Ondertussen werkt de muziek als een klinkende psychografie. De harmonie is extreem dissonant, koning en koningin hebben letterlijk geen noot gemeen. Hij zingt in spraakritmes, volslagen monotoon en anti-lyrisch. Zij stort haar hart uit in lange melismatische lijnen. Zelfs het orkest is in tweeën gesplitst: de ene helft met hem, de andere met haar. Benjamin: “Ik onderwerp me als componist volledig aan het drama.”

Opmerkelijk is dat het drama van de opera’s van Benjamin en Crimp tot nu toe altijd historisch was gesitueerd. Into the Little Hill speelt zich af in een sprookjesachtig “er was eens”. Voor Written on Skin greep het tweetal terug op een legende van de dertiende-eeuwse troubadour Guillaume de Cabestanh. De handeling van Lessons in Love and Violence voltrekt zich andermaal in de middeleeuwen.
“Om te kunnen componeren heb ik een zekere afstand nodig tot mijn onderwerp”, verklaart Benjamin. “Het verleden helpt daarbij. Het werpt een schaduw, die het mogelijk maakt om de tijdloze facetten van de human condition met meer perspectief en diepte te zien. Juist in die ruimte kan mijn muziek ontstaan.”

Toch is Lessons in Love and Violence geen nostalgisch historiestuk, benadrukt de componist: “Voor ons stond van meet af aan vast dat de opera een moderne enscenering moest krijgen en Martins teksten zijn heel erg van deze tijd. Onder de oppervlakte ligt een politieke subtekst die zonder meer actueel is. Begrijp me goed, we mikken niet op een directe analogie, en nee, Trump was nog geen president toen we aan dit project begonnen. Maar voor iemand met een beetje fantasie is het niet moeilijk om de thematiek van de opera op de wereld van nu te betrekken.”

NRC Handelsblad 05-07-18

George Benjamin: ‘Mijn opera reflecteert de duistere kanten van de mens’