Foto. Monica Rittershaus

In Enescu’s ‘Oedipe’ staat niet de mythe maar de mens centraal

George Enescu’s vergeten opera ‘Oedipe’ begon recentelijk aan een inhaalslag. Na Brussel (2011) en Londen (2016) is de productie deze maand te zien in Amsterdam.

 

Oedipus. Koningszoon en vondeling uit het oude Thebe. Volgens de Griekse tragedieschrijver Sophocles rukte hij zijn ogen uit toen bleek dat hij zijn vader had vermoord en incest had bedreven met zijn moeder. De muzikale alleskunner Georges Enescu zag er wel een opera in. Zijn enige.

Enescu’s Oedipe kende een lange gistingsperiode: ruim twintig jaar van de eerste plannen tot de dubbele maatstreep. Toen de ‘tragédie lyrique’ in 1936 in première ging, stond de hoogstpersoonlijke cocktail van smeulende ultraromantiek, modernisme en verbasterde Roemeense volksmuziek inmiddels zo haaks op de Parijse mode dat de partituur meer dan een halve eeuw op de plank belandde – die ene herneming in Brussel (1956) daargelaten.

Toen was daar Àlex Ollé, regisseur van het spraakmakende Catalaanse theatergezelschap La Fura dels Baus. In zijn enscenering begon de opera recentelijk aan een inhaalslag. Na Brussel (2011) en Londen (2016) is de productie deze maand te zien in Amsterdam.

Want te zien is er genoeg in Ollés spectaculaire mise-en-scène. Huizenhoge balustrades waarin koorzangers staan opgesteld als antieke reliëfbeelden. Een propellervliegtuig waaruit bij wijze van sfinx een griezelige toverkol opduikt. Een bescheiden terracottaleger dat langzaam tot leven komt. Het is maar een greep.

Foto. Monika Rittershaus

Ook met de diepere dramatische lagen zit het snor. Ollé voelt haarfijn aan dat Enescu en zijn librettist Edmond Fleg vooral de persoon Oedipus wilden uitlichten. Niet voor niets omkaderde het tweetal Sophocles’ noodlotstragedie met een eigen proloog over Oedipus’ geboorte en een slotakte over diens dood. Hier staat geen mythe maar een mens centraal.

Naar analogie zoomt Ollé in op Oedipus’ binnenwereld. Neem de tweede akte, waarin hij kniest en tobt over zijn ware afkomst, maar dan op een sofa die zo uit de behandelkamer van Freud lijkt gegrist.

Eerlijk is eerlijk: dat er een Oedipus van vlees en bloed op de bühne staat, is ook vooral de verdienste van de Deense bariton Johan Reuter, die de titanische titelrol indringend gestalte geeft. Beter: hij vertolkt er een stuk of drie. De gekwelde jongeman met het nasale randje. De vleesgeworden crisis met de brul van ontzetting. De gelouterde grijsaard met plotseling een zachtrijper stemgeluid.

Uit de vele bij- en nevenrollen: bas Eric Halfvarson portretteert met zijn orgelende laagte een prima Tirésias, Violeta Urmana laat haar mysterieuze sfinx-melodieën loom kronkelen als een kattenstaart, en mezzosopraan Sophie Koch maakt haar langverwachte DNO-debuut als Jocaste. Een kleine rol, maar raak gezongen.

Dirigent Marc Albrecht liet donderdag horen waarom het doodzonde is dat hij na volgend seizoen zijn chefstok neerlegt. Goed, de ouverture was qua klankbalans wat wankel, maar al snel liet hij Enescu’s donkere orkestraties gevaarlijk walmen, hulde hij de orkestklank in mysterieuze nevelen (het sfinx-tableau), of pookte hij het drama op waar nodig (de ontknoping in de derde akte).

Speciale vermelding verdient het fenomenaal zingende Koor van De Nationale Opera, dat de opera voortstuwt met een overrompelende klankvorming en een messcherpe timing.

****

Enescu
Nederlands Philharmonisch Orkest en Koor van DNO o.l.v. Marc Albrecht
Gezien: 06-12, De Nationale Opera, Amsterdam

NRC Handelsblad 7-12-18

 

In Enescu’s ‘Oedipe’ staat niet de mythe maar de mens centraal