Geboren verleider op een gek instrument

Harry Sparnaay (1944-2017) viel als en blok voor de saxofoon, maar werd legendarisch met de basklarinet.

 

‘Doe het niet jongen, er is geen droog brood mee te verdienen”, waarschuwde docent Ru Otto op het conservatorium. Maar Harry Sparnaay verruilde zijn klarinet toch voor een basklarinet. Klein probleem: er was vrijwel geen repertoire voor het instrument. Daar bracht Sparnaay zelf verandering in, met behulp van zijn typemachine. Tot wel vijftig componisten per week schreef hij aan, of ze een stuk voor hem wilden maken. In totaal wist hij meer dan 650 werken los te peuteren bij componisten als Xenakis, Berio, Kagel, Feldman, De Leeuw en Loevendie.

In 1984 componeerde Guus Janssen voor hem Sprezzatura, een luchtige boventonenzang die niettemin het product is van uitzonderlijk lastige klepcombinaties. „Hij hing elke dag aan de lijn”, zegt Janssen. „Dan had-ie nog een uitzonderlijke greep gevonden, en nóg een. Kijk, over het algemeen zijn musici, desgevraagd, altijd bereid om je iets uit te leggen over hun instrument. Maar Harry nam meteen het initiatief en liep enthousiast voorop. Als componist krijg je daar natuurlijk vleugels van.”

„Hij riep altijd dat alles mogelijk was”, zegt basklarinettist Fie Schouten die zes jaar bij Sparnaay studeerde. „En inderdaad, hij flikte het, al moest hij zich de blaren op de lippen studeren. Neem Chimaera van Enrique Raxach, een stuk dat meer dan dan vijf octaven beslaat. Gekkenwerk. Dat extreme hoorde bij hem. Harry was een heel extrovert en aanwezig iemand. Als hij ergens binnenkwam was hij automatisch het middelpunt.”

Die natuurlijke présence kenmerkte ook zijn spel. Janssen: „Hij kon zeer middelmatige stukken omtoveren tot iets waanzinnigs. Als hij op het podium stond, wist hij het publiek te verleiden. Hij was een geboren performer.”

Harry Sparnaay.

Harry Sparnaay, die 12 december op 73-jarige leeftijd overleed, werd in 1944 geboren in de Amsterdamse Pijp. Zijn vader had een verfhandel; zijn enige zus was tien jaar jonger. Als jochie van negen of tien kreeg hij een accordeon, maar al snel lonkte de jazz. Door de muziek van John Coltrane en Stan Getz raakte hij in de ban van de tenorsaxofoon. Moeder Rietje vertelt in de documentaire Harry Sparnaay, pioneer on the bass clarinet (te zien op YouTube) hoe hij op zijn twaalfde thuiskwam nadat hij in een muziekwinkel een saxofoon had gezien. „Hij zei: ‘Papa, ik heb een saxofoon gezien, daar kan ik op blazen.’ Toen zegt pa tegen hem: ‘Jij denkt toch niet, als je kan trekken, dat je ook kan blazen!’ ‘Ja hoor pap, ik kan blazen!’ Ik zei: ‘Ach, koop dat ding voor die jongen, doe ’m een lol.”

Pa Sparnaay stelde één voorwaarde toen de muzikale ambities van zijn zoon serieus begonnen te worden: je doet het goed, of je doet het niet. Dus ging Harry voorspelen op het conservatorium: Well, You Needn’t van Thelonius Monk. Hij werd nog aangenomen ook, op voorwaarde dat hij zou switchen naar klarinet – alleen klarinetdocent Ru Otto zag iets in hem. Hoewel hij akkoord ging, bleef hij de saxofoon missen. Toen hij tegen het eind van zijn studie een keer mocht blazen op een basklarinet was hij na drie noten verkocht, vertelt hij in de documentaire. „Want daar zat ook dat donkere geluid van die tenorsax in.”

Op het Gaudeamus Vertolkers Concours van 1972 won hij de Eerste Prijs, evenals de Duoprijs met pianist Polo de Haas, met wie hij jarenlang Fusion Moderne vormde. In 1982 richtte Sparnaay met pianist René Eckhardt en fluitist Harrie Starreveld tevens Het Trio op. In de 26 jaar dat de drie zich specialiseerden in aartsmoeilijk hedendaags repertoire, traden ze wereldwijd op in 24 landen.

Zoals die keer in Australië, waar Het Trio een souper in het chique Mietta’s (Melbourne) kreeg aangeboden, om vervolgens in licht beschonken toestand een daverende uitvoering van Paolo Perezzani’s Il volto della notte te geven. Of die keer in Oostenrijk, toen er een onduidelijke masterclass op het programma stond. Fluitist Starreveld: „Uiteindelijk bleek er een zaal met schoolkinderen op ons te wachten. Daar sta je dan met je moderne muziek. Maar Harry stapte gewoon het podium op, ‘Goedemorgen jongens en meisjes!’, en stak een verhaal af over hoe het kwam dat hij zo’n gek instrument bespeelde.”

Voor Het Trio werden ruim 180 nieuwe stukken geschreven. „Soms verbaas ik me er nog over hoe we al die complexe noten zo snel onder elkaar kregen”, zegt Starreveld. „Harry had meteen door wat er écht toe deed, was technisch ijzersterk en kon improviseren als het nodig was.”

Basklarinettist Harry Sparnaay met pianist René Eckhard (links) en fluitist Harrie Starreveld (rechts) van Het Trio, karaoke zingend in Korea.
Foto Harrie Starreveld.

Als hoofdvakdocent basklarinet was Sparnaay jarenlang verbonden aan de conservatoria van Amsterdam en Utrecht, later ook aan het ESMUC Conservatory in Barcelona. Fie Schouten: „Hij wist je totaal mee te sleuren in wat hij een beetje vaderlijk ‘onze muziek’ noemde.” Dirigent Bas Wiegers zat als vioolstudent in het Ensemble voor Nieuwe Muziek (CvA) dat door Sparnaay werd geleid. „Als jonge studenten waren we toch een beetje huiverig voor dat moderne repertoire, maar in een paar repetities was je om. Hij kreeg het gewoon uit je, alsof het helemaal niet moeilijk was.” Later speelde Wiegers met Sparnaay samen in het ASKO Ensemble (later ASKO|Schönberg). „Hij wist de boel vaak lekker te ontnuchteren. Tijdens een repetitie met Louis Andriessen riep hij ineens: ‘Weet je, Louis, al die noten mogen er dan wel op zitten, maar niet in deze volgorde.’”

In 2014, hij was zeventig, zette Sparnaay een punt achter zijn carrière. Hij studeerde niet meer genoeg, vond hij. Hij woonde toen al enkele jaren in Spanje met zijn tweede vrouw, de Argentijnse organiste Silvia Castillo, met wie hij tevens Duo Levent vormde. Zijn afscheid werd gevierd met de eerste editie van het Basklarinet Festijn.

Van de Parijse houtblazersfirma Buffet-Crampon, waar hij kind aan huis was, kreeg hij voor zijn pensioen een tenorsaxofoon cadeau. Met dat instrument ging een lang gekoesterde droom in vervulling: ‘ouwelullenjazz’ spelen met vrienden in rokerige barretjes. Korte broek, glas wijn onder handbereik. De naam van het combo: Why Not?

NRC Handelsblad 02-02-18

Geboren verleider op een gek instrument