Bruckners ‘Derde symfonie’ volgens Honeck vol mooie details

Met Manfred Honeck wist het Concertgebouworkest een eerste vervanger voor de recent ontslagen Daniele Gatti te strikken. Sopraan Anett Fritsch maakte een geslaagd debuut in Bergs Altenberglieder.

 

Turbulente tijden zijn het voor het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO). Begin deze maand werd chef-dirigent Daniele Gatti ontslagen wegens beschuldigingen van seksueel ontoelaatbaar gedrag. Sindsdien probeert het orkest met man en macht vervanging te vinden voor de 49 concerten die in het nieuwe seizoen met Gatti stonden geboekt. Voorlopig met succes: naast Bernard Haitink, Thomas Hengelbrock en Kerem Hasan wist het KCO op korte termijn dirigent Manfred Honeck te strikken. Laatstgenoemde neemt de komende weken de Bruckner-concerten voor zijn rekening tijdens de Europese zomertournee van het orkest. Gisteren werd de aftrap gegeven aan de Van Baerlestraat.

Honeck is een dirigent van formaat, hoewel in Amerika misschien bekender dan hier. Naar verluidt was hij lang in de race voor het chefschap van het New York Philharmonic, al ging Jaap van Zweden er met de buit vandoor. Sinds hij Mariss Jansons opvolgde als music director van het Pittsburgh Symphony Orchestra bewees Honeck bovendien meer dan eens een goede Bruckner in de vingers de hebben.

Ook in Amsterdam liet Honeck horen dat het met zijn greep op Bruckners soms wat blokmatige vormtaal wel snor zit. Donderdag kneedde hij het lange eerste deel van diens Derde symfonie dwingend rond de climaxen in de doorwerking en de coda. De enigmatische structuur van het Adagio klonk in zijn handen geheel logisch.

Toegegeven, er waren rafelrandjes, al dan niet ingegeven door een gebrek aan repetitietijd. Talrijker waren de mooie details. In het openingsdeel speelde Honeck subtiel met de timing van een telkens terugkerend tutti-motief, dat afwisselend fel kort afgemeten of dramatisch gerekt klonk. Mooi ook hoe hij in het tweede deel het bruckneriaanse spel van twee tegen drie tellen liet vloeien als water.

Sopraan Anett Fritsch (licht maar zinnelijk vibrato, lenige stemsprongen, briljante hoogte) maakte een geslaagd debuut in Bergs Altenberglieder. Wat hielp was dat Honeck en het KCO Bergs hypergedetailleerde orkestraties verrassend helder wisten te houden.

***

Webern, Berg, Bruckner
Anett Fritsch, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Gehoord: 23-08, Concertgebouw, Amsterdam

NRC Handelsblad 24-08-18

Bruckners ‘Derde symfonie’ volgens Honeck vol mooie details